WINTERSWIJK - De tienjarige Vera Humberg heeft een steentje gekregen voor de woning aan het Weurden waar ze ooit met haar jongere zusje Margot, broertje Jacob en haar ouders woonde. Voor het echtpaar Marcus de Leeuw en Lize de Leeuw-Mesritz liggen er twee Stolpersteine voor Kreilstraat 23. En aan Harry Gans, die 184 dagen na zijn geboorte in 1942 werd vermoord, herinnert een steen in het plaveisel voor zijn ouderlijk huis aan de Misterweg
De Stolpersteine herinneren aan de Joodse inwoners van Winterswijk die tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) uit hun huizen zijn gehaald, gedeporteerd en vermoord in een van de vernietigingskampen van de nazi’s.
Het was de vijfde keer dat er Stolpersteine werden gelegd. Er volgen nog een aantal zondagen waarop dat gaat gebeuren. In totaal worden er op initiatief van de gemeenteraad van Winterswijk meer dan 300 herinneringsstenen voor de Joodse inwoners gelegd. De herdenking begon op zondagochtend met een bijeenkomst in de synagoge aan de Spoorstraat, tot de Tweede Wereldoorlog het hart van de lokale Joodse gemeenschap, die toen ruim 300 mensen telde.
,,Dit was de plek waar de gemeenschap iedere sabbat, op feestdagen en bij trouwerijen samenkwam”, vertelde Mirjam Schwarz van de Joodse gemeente Winterswijk. ,,Door het leggen van de Stolpersteine gedenkt Winterswijk haar Joodse inwoners, de dorpsgenoten die hier woonden, werkten en leefden. In de Tweede Wereldoorlog werden ze buitengesloten, vervolgd en vermoord om wie ze waren. De terreur begon hier in Winterswijk en kreeg een verschrikkelijk einde in de vernietigingskampen in Duitsland en Polen.”
Burgemeester Baukje Dijkstra: ,,Straks wandelen we van hieruit naar de adressen waar ooit onschuldige Winterswijkers woonden en vreedzaam leefden. Mensen die deel uitmaakten van onze gemeenschap. Ze gingen naar school, werkten, deden boodschappen, vierden feestdagen. Ze hoorden hier thuis. Totdat ze uit hun huizen werden gehaald, gedeporteerd en vermoord. Zij werden slachtoffer van het nationaalsocialisme, enkel omdat zij Joods waren. De vervolging begon niet pas in Westerbork of in de vernietigingskampen. Die begon veel dichterbij, hier in Winterswijk. De gemeente Winterswijk, de gemeentepolitie, maar ook de spoorwegen en de marechaussee; iedereen leverde een bijdrage.”
Het leggen van de Stolpersteine is het vervolg op het onderzoek naar het handelen van de gemeente in en na de Tweede Wereldoorlog.
Burgemeester Baukje Dijkstra: ,,We kunnen ons nauwelijks een voorstelling maken van het onwaardige lot dat hun werd aangedaan. Daarom moeten we blijven gedenken. Blijven herinneren. En blijven stilstaan bij de verhalen achter deze Stolpersteine. Want herdenken is niet alleen terugkijken. Het vraagt ook iets van ons vandaag.”
Bij elk van de adressen waar een of meerdere Stolpersteine werden gelegd, werd het verhaal van de Joodse bewoners verteld. Henk Vis (werkgroep Leren van de Oorlog) vertelde de (soms spaarzame) informatie die over hun levens was gevonden. Over het uit Duitsland gevluchte gezin Humberg bijvoorbeeld. Dat ze in 1943 bij de laatste Joodse Winterswijkers hoorden die uit het dorp zijn weggevoerd om vermoord te worden. Of over de familie Gans, vader, moeder en vier kinderen. Hun deportatie werd met een half jaar uitgesteld omdat moeder Martha zwanger was van haar vierde kind. Moeder en haar vier kinderen werden op dezelfde dag in Sobibor vergast.
Voor Kreilstraat 23 vertelde Leny Friedheim-de Leeuw over haar opa Marcus de Leeuw en oma Lize de Leeuw-Mesritz. ,,Oma ligt op de joodse begraafplaats. Vader zei: ‘Ze is vermoord op de operatietafel door een foute arts. Ze werd geopereerd aan de blindedarm, tot de chirurg erachter kwam dat ze Joods was’.” Opa De Leeuw dook onder in Utrecht. Zijn kleindochter heeft nog een ansichtkaart van hem, die uit Westerbork had gestuurd: ‘Zoudt u zo vriendelijk willen zijn en levensmiddelen willen zenden? Ook gaarne een badhanddoek.’
Kleindochter Leny Friedheim-de Leeuw sprak voor de woning aan de Kreilstraat het kaddisj uit, het joodse gebed Nabestaanden zeggen het gebed ter ere van overledenen. Daarna werden de twee steentjes gelegd door twee kleinkinderen. ,,Nu heb ik ze weer een gezicht kunnen geven. Door de Stolpersteine zijn ze weer samen.”